Als de muren op je afkomen...

Stedenbouw vanuit een gemeenschappelijk gedragen visie.

Belgen hebben een baksteen in hun maag.
In Meise is er nog iets anders aan de gang...

Aan bouwen en verbouwen valt veel geld te verdienen. Waar het voorheen vooral een bezigheid van particulieren was om zich voor het leven een woonst te bouwen of te verbouwen, zien we als maar meer een verschuiving naar krachtige vastgoedmakelaars en bouwpromotoren. Het zijn kapitaalkrachtige bedrijven die vaak over meer kapitaal beschikken dan de gemeenten. Geen wonder dat ze zeer gemakkelijk druk kunnen uitoefenen op politici en op de publieke opinie.

Alsmaar meer zien we ook dat die investeerders zich in de politiek beginnen te mengen en zo dicht mogelijk bij de bron willen geraken. Als de voorzitter van de gemeenteraad tevens de eigenaar is van een belangrijke immo-investeringsmaatschappij uit de regio en steevast lid is van de gemeenteraadscommissis die stedenbouwkundige onderwerpen voor de gemeenteraard voorbereiden... dan zit de kat niet bij de melk, maar in de melk. Is dat niet toegelaten? Toch wel. Is dat per definitie onverenigbaar? Neen. Maar is dat gezond? Zeker niet.

Kan het zijn dat iemand met dergelijke grote belangen in vastgoed in de gemeente een mandaat bekleedt waar per definitie veel voorkennis ontstaat? PRO vindt alvast van niet. Dergelijke constructies zijn er tevens de oorzaak van dat immobiliën-makelaren een rotslechte naam krijgen. Iedereen deelt in de klappen... Waar rook is, is vuur, weet je wel. Of je dat nu wil of niet.

Misschien moet de immo-sector zichzelf ook maar eens bezinnen over de afstand tussen hun sector en die van de mandatarissen...

Bouwen met een visie

Op de gemeenteraad van 11 oktober 2016 kregen we te horen hoe mooi dit gemeentebestuur haar woonbeleid formuleert:

  • er komt onderzoek naar nieuwe vormen van samenwonen (cohousing, woonerven,...),
  • bijkomend en betaalbaar woningpatrimonium wordt gerealiseerd in samenwerking met huisvestingsmaatschappijen en VLabinvest,
  • waarbij gestreefd wordt naar een variatie in verschillende woonentiteiten
  • met een goede mix van koop- en huurwoningen,
  • grote en kleinere wooneeheden
  • en er wordt ingespeeld op de behoefte van jonge gezinnen en senioren... 

PRO heeft op zich niets tegen 'bouwen' met een visie. Dergelijke visie begint met kennis over de werkelijke woningnood in de gemeente. De geactualiseerde woonbehoeftestudie (gemeenteraad 08/16) voorspelt 415 bijkomende gezinnen tegen 2030.

Volgens de gemeente- en stadsmonitor Vlaanderen is het aantal gezinnen in Meise de voorbije 10 jaar met 7% gestegen. Die stijging bestaat hoofdzakelijk uit appartementen (stijging van 14%). Onze politici voorspelden dat de creatie van nieuwe bouwmogelijkheden via het nieuwe RUP de marktprijzen zou doen dalen. Het tegenovergestelde gebeurde. Ondanks de mooie kiesbeloften om te ijveren voor betaalbaar wonen, stegen de prijzen met maar liefst 170%. 

Het is duidelijk dat de RUP's dan ook niet opgesteld zijn vanuit de noden van de bevolking, maar uit die van de projectontwikkelaars.

Als ons gemeentebestuur geen bindende randvoorwaarden koppelt aan de creatie van nieuwe woningen, zoals mobiliteit, leefbaarheid, groene omgeving, verkeersveiligheid, ... dan kan je moeilijk verwachten dat de bouwpromotoren er wakker van liggen. Bouwheren of ontwikkelaars zien er geen graten in om huizen tot aan de rand van de straat te bouwen zodat voetgangers geen voetpad meer hebben, dat garages onder gebouwen leeg staan en lokale handelaars niets aan die nieuwe bewoners hebben en het gemeenschapsleven er niet mee verrijkt wordt.

Kortom: bouwen en verbouwen en het ontwikkelen van nieuwe woongebieden wordt gestuurd op basis van reële behoeften en maatschappelijke noden, niet omdat een promoter het leuk vindt.

Het Bindend Sociaal Objectief (BSO)

Vlaanderen legt haar gemeenten niet vrijblijvend op hoeveel sociale woningen moeten worden voorzien. Er werd enkele jaren geleden een 'nulmeting' gedaan om vast te leggen waar de huidige situatie in Vlaanderen afwijkt van een overeengekomen doelstelling. Per gemeente wordt vastgelegd hoe ze ten opzichte van die doelstelling scoren.

Dit is wat men het 'Bindend Sociaal Objectief noemt.

Elke gemeente weet dus precies waar ze staat en hoeveel achterstand ze tegen wanneer moeten inhalen.  Om de twee jaar wordt die behoefte opnieuw bijgesteld in functie van de realisaties en de mogelijk gewijzigde behoefte.

Meise moet tegen 2025 nog 105 sociale huurwoningen bijbouwen.

Sommige partijen steken niet onder stoelen of banken dat ze niet gediend zijn met dat Bindend Sociaal Objectief. Ongetwijfeld speelt het 'Niet in mijn achtertuin' verhaal ook hier. Sociale woningbouw is echter geen 'pest'. Het is een maatschappelijke noodzaak. Sociale woningbouw gebeurt trouwens best in goed en breed overleg met de bevolking. Weerstand en vooroordelen zijn snel gekweekt en leiden tot slecht beleid. Het is een keuze om sociale klassen van elkaar te scheiden en getto's te vormen van rijken en getto's van armen.

PRO is ervan overtuigd dat het kunnen beschikken over betaalbare woningen een belangrijk burgerrecht is en woonspeculatie moet begeleiden. Het is een fenomeen dat verstrekkende maatschappelijk impact kan hebben en niet aan het toeval (of de speculatie) overgelaten kan worden.

 

PRO wildat bouwen en uitbreiden van woonzones niet achter hoekjes geregeld wordt maar in een open en goed onderbouwd debat. Burgers die de context begrijpen en begrijpen wat de voor- en de nadelen zijn van elke mogelijke oplossing, zullen beter kunnen leven met de gevolgen ervan.

PRO wildat het toekomstige gemeentebestuur haar verplichtingen rond het Bindend Sociaal Objectief beter dan verplicht nakomt en die doelstellingen verwerkt in haar totale woonbeleid. Betaalbare woningen moeten een garantie zijn die de samenstelling van de bevolking evenwichtig houdt.